Blog

Weer naar huis


Ze krijgt weer tranen in haar ogen als ze terugdenkt aan drieëndertig jaar geleden. Natuurlijk, een moeder die een kind verliest, vergeet dat nooit meer, maar het is meer de manier waarop ze afscheid moest nemen die haar nu nog steeds verdrietig maakt.


Het ging ook allemaal zo snel. De ene dag hadden zij en haar man nog een vrolijke baby van acht maanden, de volgende dag zaten ze met haar in het ziekenhuis en was snel duidelijk dat het een aflopende zaak was. RS-virus. Fataal. ‘We waren er totaal niet bij’, kijkt ze nu terug op de eerste dagen na het overlijden van haar dochtertje. ‘Ons huis zat vol mensen, er werd van alles voor ons geregeld, kerkdienst, begrafenis, allemaal goed bedoeld, maar we kregen de kans niet om zelf ergens over na te denken. Konden dat ook niet…’


Ze waren verdoofd, verdoofd van ongeloof en verdriet.


Hun dochtertje werd naar het mortuarium gebracht in het ziekenhuis. Niemand vertelde over de mogelijkheid om het kindje mee naar huis te nemen, thuis op te baren. In die tijd gebeurde dat ook veel minder. Welgeteld drie keer mochten ze nog kort bij haar zijn. En alle drie die keren waren er ‘vreemden’ bij… Er was hen geen moment alleen met hun kindje gegund.


En ja, daar kan ze nog steeds om huilen…


Drieëndertig jaar geleden alweer. En nu ze hebben ze een wens. Ze willen hun dochtertje weer naar huis halen. Drieëndertig jaar gingen ze naar het kerkhof, als ze even bij haar wilden zijn. Nu willen ze dat ze naar huis komt. Ze hebben gehoord dat steeds meer overledenen worden opgegraven en dat de resten worden gecremeerd. Kan dat ook met hun dochtertje?


Ik ben eerlijk: ik was ooit eerder bij de opgraving van een baby’tje en behalve twee sokjes, een knuffeltje en de knoppen van de kist werd er niets meer gevonden. Babybotjes zijn teer, het schedeltje is nog niet gesloten – het vergaat allemaal veel eerder dan bij volwassenen. En het is lang geleden… Kleine kans dat…

De opgraafdienst, die vaker met dit bijltje heeft gehakt, is optimistischer. ‘Zelden dat er helemaal niets meer wordt gevonden…’


Ze besluiten het erop te wagen. Op de dag af drieëndertig jaar na dato. Toen een mooie herfstdag, nu is het grijs en druilerig.


Ze zijn er allebei bij, evenals hun andere kinderen met hun partners. Ik ben erbij. En wat hoop ik dat er uit het zwarte zand nog iets tevoorschijn komt. Iets dat genoeg is om te cremeren.


En gelukkig gebeurt dat. De kist is volledig vergaan, op de handvatten na. Maar delen van het schedeltje worden nog wel gevonden, het rompertje en het jasje dat het meisje aan had, worden ook nog herkend. De resten gaan in een klein wit kistje. Ze willen het zelf naar het crematorium brengen. Moeder draagt het kistje op schoot, vader rijdt.


In het crematorium leest moeder het verhaal voor van haar kleine meisje, dat graag chocoladepasta op haar boterhammen had en de brokjes ook vaak weer uitspuugde, omdat haar zusje en haar broertjes dat grappig vonden. Ze heeft nog meer details.


De zus, intussen zelf moeder, leest een gedicht voor. Er worden kaarsjes aangestoken. Er zijn bloemen en er is muziek van Simon and Garfunkel. Ik sluit af met het gedicht ‘Kind tekort’, een gemis dat blijft.

Ja, en weer zijn er tranen, maar er is ook een goed gevoel – dat er deze keer wel afscheid is genomen, zoals ze het zelf wilden en er is het mooie vooruitzicht dat hun kleine meisje weer naar huis komt. Ook al zal het maar een beetje zijn.


Eerdere blogs
Archief
Volg mij
  • Grey Facebook Icon
  • Grey Twitter Icon