Blog

Ken-nie



‘En kent ge Susanne nog?’, vraagt zijn echtgenote.


‘Ken-nie’, zegt ie.


‘Awel, ge kent Susanne toch nog wel?’, probeert ze weer.


Maar opnieuw schudt hij zijn hoofd. ‘Ken-nie’.


Twee glazige ogen staren me aan, een holle blik die inderdaad geen enkele herkenning verraadt.


Hoe anders was dat tot voor vier jaar geleden?


Als ik hem zag, was daar meteen een brede lach. Een stevige hand, drie kussen. ‘Awel Susánne’, klonk het dan. Hij sprak het altijd uit op zijn Frans, met de nadruk op de a. En vervolgens haalden we herinneringen op aan die ene Ronde van Spanje die we samen volgden. Zijn vloeiende Spaans en zijn vele contacten daar waren toen een belangrijke steunpilaar voor mij. Nadien hielden we contact, ook wel om dat ik een fijne klik had met zijn echtgenote.


En nu treffen we elkaar bij een gemeenschappelijke vriendin.


Maar ik ken hem amper terug. Er is veel gebeurd in die vier jaar.

Hij kreeg een hersenbloeding, waaraan hij een anti-immuunziekte overhield die de hersenen aantast. Zes weken lag hij in coma. In het ziekenhuis liep hij zulke erg doorligplekken op dat er een transplantatie van bot en spieren in zijn heupen nodig was. Nadien moest hij alles opnieuw leren: lopen, praten, schrijven. Dat lukte maar een heel klein beetje. Er ligt een waas over zijn geest en die laat steeds minder door.


De laatste jaren zit hij alleen maar in zijn stoel, wezenloos voor zich uit starend. Hij is volledig incontinent. Zijn vrouw moet hem dag en nacht verzorgen en is daardoor aan huis gebonden. Of ze moet hem meenemen, zoals nu. Anders komt ze nergens meer.


‘Het liefst zou hij dood zijn’, weet zij heel zeker. Maar ja, hij is wilsonbekwaam en dan is euthanasie uitgesloten. Er was ook niets op papier gezet, niets ondertekend, en nu kan dat niet meer. De dood zou voor allebei een bevrijding zijn.


Het doet me weer stilstaan bij het belang van een levenstestament. Ik heb erover geschreven, anderen gewezen op de noodzaak, maar ik ben zoals de meeste mensen: ik denk er liever niet over na, schuif het voor me uit. Recent heb ik ook nog een lezing van een notaris bijgewoond over dat onderwerp. ‘Zorg dat ook dát geregeld is’, was zijn nadrukkelijke boodschap. Ik besef dat ik actie moet ondernemen en daar niet te lang mee moet wachten.


Ik besef ook weer hoe moeilijk het is om een ziek, uitzichtloos of voltooid leven te beëindigen. Ik heb een abonnement op de nieuwsbrief van de Coöperatie Laatste Wil, die er voor ijvert om baas te mogen zijn over het eigen sterven. Maar de politiek is star als het daarover gaat. Een mensenleven moet tot de laatste snik worden geleefd.


Een hond die lijdt, laat je inslapen.


Een mens die lijdt….


Ik kijk weer in die glazige, holle ogen en gun hem én zijn vrouw zo de rust…


‘En?’, vraagt de vrouw, als we een paar uur later weer naar huis gaan. ‘Kent ge Susanne nou écht niet?’


‘Achternaam?’, vraagt hij.


‘Groeneveld…., weet ge het dan?’


Maar hij is overtuigd.


‘Ken-nie….’

Eerdere blogs
Archief
Volg mij
  • Grey Facebook Icon
  • Grey Twitter Icon