Blog

Lipstick en hoge hakken

Haar verjaardag staat niet op de kalender. Heeft er ook nog nooit op gestaan. Want toen ik voor het eerst een verjaardagskalender voor mezelf invulde, was ze er al niet meer.

Ik heb ook geen kalender nodig om aan haar verjaardag te denken. Elk jaar op de elfde dag van de zesde maand zijn mijn gedachten even bij haar, mijn peettante.

Dertien jaar was ze, toen mijn moeder haar vroeg of zij die rol op zich wilde nemen. Ze had een vreugdekreet geslaakt en had daarna door het huis gedanst. Omdat ze er totaal niet op had gerekend. Mijn moeder had immers twee volbloed zussen. Zij was ‘maar’ een halfzus en pas dertien…

Ze was het tweede kind uit het tweede huwelijk van mijn oma, gesloten nadat die als weduwe met vier kinderen zes jaar lang de kar alleen had moeten trekken. Mijn oma was al 43 toen ze werd geboren. Het leeftijdsverschil met de rest was groot, de oudste telde al negentien lentes, mijn moeder vijftien. De zussen groeiden op in werelden van verschil. De crisis en de oorlog tegenover de wilde en recalcitrante jaren zestig.

Het nakomertje mocht mijn peettante zijn en ik was blij met haar. Misschien wel juist omdat ze nog zo jong was. Als klein meisje mocht ik mee naar haar slaapkamer, waar de muren vol hingen met posters van The Stones, Cliff Richard en Adamo. Ik mocht achter haar kaptafel zitten en al haar lipsticks uitproberen. Ik mocht op haar schoenen met hoge hakken lopen.

Ze trouwde toen ik negen was en ik voelde me die dag – eveneens in het wit en met lange pijpenkrullen – ook een beetje de bruid. Twee jaar later mocht ik adressen op geboortekaartjes schrijven en terwijl haar man die na de komst van mijn nieuwe nichtje persoonlijk bij de familie ging bezorgen, zat ik bij mijn peettante op bed om haar gezelschap te houden. De kraamverzorgster kwam pas later.

Ze was een beetje mijn tweede moeder. Door het kleine leeftijdsverschil kon ik sommige dingen beter met haar dan met mijn moeder bespreken. Haar opvattingen waren net iets moderner. Toen mijn moeder eens een weekje ziek was, kwam zij bij ons in huis om te koken en te poetsen. Later deed ze hetzelfde – en bijna twee jaar lang - voor haar broer, die zijn vrouw verloor. Ze zegde er zelfs haar baan voor op.

En toen, eind 1985, trof haar hetzelfde lot als haar schoonzus. Ook zij overleed. Veel te jong, 39 pas, haar kinderen waren 14, 12 en 10. Ze had een hersentumor. Onze laatste ontmoeting zal ik nooit vergeten. Weer zat ik bij haar op bed. Ik had me voorgenomen om haar nog moed in te spreken. Maar in plaats daarvan was zij het die mij voorhield om altijd in mezelf te blijven geloven en voluit te gaan voor mijn grote droom van toen: verslag doen van de Tour de France (wat ook is gelukt :) )

Ik heb me vaak afgevraagd hoe anders het zou zijn geweest als ze was blijven leven. Want ze was de lijm van de familie die later als los zand uit elkaar viel. Het contact met mijn oom, mijn nichtje en mijn neefjes verwaterde.

Vandaag zou ze 71 zijn geworden. En vandaag heb ik niet alleen aan haar gedacht, ik ben ook even met bloemen bij haar graf geweest, achter de oude toren. Omdat sommige doden in de vergetelheid verdwijnen, maar andere altijd een plekje in je hart blijven houden. En zij is er één van.

Eerdere blogs
Archief
Volg mij
  • Grey Facebook Icon
  • Grey Twitter Icon